vrijdag 18 maart 2022

Finny en Bob verliefd op de Caraïben

 

Finny zeilt op het Panamakanaal
3    Kabaal op het Panamakanaal

Finny past zich altijd gemakkelijk aan: ‘Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.’

Om het Panamakanaal over te steken, blaast hij z’n zwemband op, zet een mastje overeind en hijst een zeiltje. Hij moet wel goed opletten tussen de containerkastelen, maar Bob staat op de uitkijk en houdt alles goed in de gaten.

De oversteek kost ze bijna een dag slalommen, afhouden, panikeren, schreeuwen en opnieuw beginnen. Dat hebben ze toch behoorlijk onderschat, ondanks de zeekaart met alle boeien, bakens en waterstanden erop. De sluiswachter vertelt Bob later dat het helemaal niet chill is om hier te zeilen, maar vooral superlink. Bob haalt z’n schouders op en is extra trots op de oversteek.

Open sluizendag
Eén dag per jaar worden alle sluizen tegelijkertijd opengezet, waardoor het Panamakanaal verandert in ’s werelds langste stroomversnelling. Op die dag zijn vrachtschepen en pleziervaart verboden, en blazen Panamese jongeren hun bootjes op om door het kanaal te raften. In het grootste sluizencomplex, halverwege het kanaal, houden ze zelfs een raftwedstrijd.

Finny heeft zich door Bob laten overtuigen dat het leuker is om op de oever van het spektakel te genieten, maar hij had liever z’n zwemband opgeblazen en meegedaan.


Als de schemering invalt, vullen de tribunes zich voor de wedstrijd, een geweldig spektakel met heel veel rafts die omslaan, door de lucht vliegen en onder luid gesis leeglopen.
‘Wat een kabaal op het Panamakanaal!’ schreeuwt Finny boven het lawaai uit.

👉Waterwetenswaardigheden: het Panamakanaal

Het Panamakanaal, een ruim 81 km lang kanaal in het Centraal-Amerikaanse Panama, is geopend in 1914. Het kanaal verbindt de Caraïbische Zee met de Grote Oceaan. Een schip, varend van New York naar San Francisco, legt via het kanaal een afstand af van 9500 kilometer, minder dan de helft van de 22.500 kilometer via Kaap Hoorn.

Attentie: de open-sluizendag bestaat alleen in de wereld van Finny en Bob.👈

Goudzoekers
Wat een goede tip van Funny! Sinds 1968 wordt in Panama naast koper, zilver en molybdeen ook goud gevonden, bij de Petaquillarivier.
‘Als jullie door Panama reizen, moet je er zeker naar op zoek gaan.’

Bob pakt z’n tablet en leest voor:
‘De metalen zijn aangetroffen op zo’n twintig kilometer van de kust, in bergachtig terrein bedekt met regenwoud. De regio kent een vochtig en heet klimaat. Mede door de gebrekkige infrastructuur heeft het tot 2009 geduurd alvorens met de aanleg van de mijn werd gestart. Het erts ligt relatief ondiep.’

De vrienden hebben wel zin in wat extra vakantiegeld en kopen een schep, een pikhouweel en een weegschaal bij de golddiggersupplystore. Finny bevestigt zijn zandschuiver, en ze gaan aan de slag. De eerste week levert vooral veel teleurstellingen op, maar daarna weten ze beter waar ze moeten zoeken en na vier weken hebben ze USD 17,85 aan goud bij elkaar geschoven en geschraapt.
‘Wat een winst, wij hebben wat te vertellen, thuis!’ glimt Fin, die al droomt van een nieuw dak met gouden pannen.

Ben je benieuwd naar meer avonturen van Finny en Bob? Download dan gratis de boekjes, die ik samen met Raymond Kool van Tiny Publisher/Klein Wonen Magazine heb gemaakt:
 







vrijdag 11 maart 2022

Finny en Bob verliefd op de Caraïben

Guepetto Cigaretto en Pablo de Scubadubaking
2    Neef Funny

‘Ken jij Funny misschien?’ vraagt Bob aan een lief boomhutje boven het marktplein.

Finny’s favoriete neef Funny is acht jaar geleden geëmigreerd naar Tiny Town, vijftig kilometer landinwaarts van Bossa de Brasil. Het is de hoogste tijd voor een verrassingsbezoekje.
‘Funny woont hierachter, in het bos, samen met z’n geliefde Sofia.’

Voordat ze op zoek gaan, wordt er eerst flink geshopt op Plazza Pecennio. Ze gaan bij Pablo de Scubadubaking langs voor een snorkel, die zijn in de jungle spotgoedkoop, halen bij Guepetto Cigaretto wat sigaartjes want daar is Funny gek op, en doen een bakkie bij Esmeralda Esspressimo. Finny voelt zich helemaal thuis in Tiny Town en valt bijna weg in de omgeving. Bob laat hem maar.

Finny vertelt met veel enthousiasme over z’n neef die op twintigjarige leeftijd in het tropisch regenwoud op zoek ging naar zijn roots, in Tiny Town tegen Sofia, een charmante welbespraakte boom, aanliep en haar nooit meer losliet. 'Treehugger' is z’n bijnaam.

Funny de Treehugger en Sofia
Onder de modder en gutsend van het zweet bereiken Finny en Bob de open plek in het bos. Funny en Sofia lijken te poseren in een innige omhelzing en merken de bezoekers totaal niet op. Totdat Funny z’n neef hoort kuchen.
‘Finny, ben jij het echt?’ Z’n mond valt open.

Bob rust uit in een door Funny getimmerde schommelstoel, terwijl Finny een staplaats in de schaduw heeft gevonden. Ze hangen hun kleren te drogen en dan komen de verhalen los.

‘Sinds een jaar of vijf ben ik met Sofia aan het imkeren. We hebben vijfenveertig bijenkasten, en gaan elke week met honing naar de markt op Plazza Pecennio. Geen vetpot, maar we redden ons prima.’

Een bezoekje aan de bijenkasten zit er deze middag niet in want de dames hebben een zoemsessie om bij te praten. Funny vindt dat overdreven: ‘Interessantdoenerij, volgens mij bespreken ze alleen maar bijzaken’.

Galapagospinguïns Willy y Johnny
Bob is gek van pinguïns. Hij bewondert hun prachtige glans, hun waggelloopje, hun muzikaliteit en buitengewone gevoel voor saamhorigheid. Dat ze ook een beetje klunzig zijn, maakt ze alleen maar leuker.

Het toeval wil dat Funny’s beste vriend een galapagospinguïn is, die hij best wel even kan appen voor een bezoekje. Bob is natuurlijk gelijk enthousiast: ‘Die kans krijg ik nooit meer, let’s go!’

Op het strand van Fernandina is net een uitvoering begonnen. De twee tenoren Willy en Johnny, in de omgeving beter bekend als ‘los dos tenores Willy y Johnny’, zetten de eerste noten in van het beroemde duet uit De Parelvissers, Bob’s favoriet.

Twee virtuoze pinguïns op een strand, het lijkt wel of hij droomt, zo mooi is het.

👉Ecosplanation: de pinguïn

De galapagospinguïn (Spheniscus mendiculus) is een zeevogel uit de familie van de pinguïns (Spheniscidae). Hij is ongeveer vijftig cm lang, en daarmee een relatief kleine zwartwitte pinguïn. Zijn leefgebied ligt voor een klein deel ten noorden van de evenaar, die door de Galapagosarchipel loopt.👈

Ben je benieuwd naar meer avonturen van Finny en Bob? Download dan gratis de boekjes, die ik samen met Raymond Kool van Tiny Publisher/Klein Wonen Magazine heb gemaakt:
 








vrijdag 4 maart 2022

Finny en Bob verliefd op de Caraïben

'Ships, dat lijkt Sjaak Mus wel'
1     Schatten van de Amazone

'Dat is 'm, Bobbie, kan niet missen.' De kist met juwelen, edelstenen en gouden dukaten fonkelt ze tegemoet.
‘Kat in 't bakkie, Fin. Inpakken en wegwezen!’ roept Bob uitgelaten. Maar dan schrikt hij zich het leplazarus.
‘Ships, dat in de verte lijkt Sjaak Mus wel, met z’n vloot de Zwarte Parels.’
Fin trekt razendsnel z’n camouflagekleed aan, en Bob klimt in blinde paniek in een palmboom.

Daar staan Sjaak Mus en Liesje Zwaan met hun bebaarde bemanning al op het strand.
‘Vrolijke vaarvrienden, we hebben het goud gevonden. Wat vinden jullie ervan om de schat aan boord te brengen?’ 
Liesje probeert met haar liefste stemmetje de zeeroversbende in beweging te krijgen. Na wat ‘een, twee, drie, hoppadepoppa’ is de klus geklaard.

Bob schrikt wakker en kijkt om zich heen. Finny staat rustig van de zon te genieten op het strand en in de verte is een groepje kinderen aan het spelen in de branding. Geen schatkist of piraten te zien.

‘Gelukkig, het was maar een droom.’

Bossa de Brasil
‘Hoe ver nog, Bob, ik ben kapot.’ Finny zit er compleet doorheen. Artillio, de ranzige tropengids, heeft de vaart er goed in en sleurt Fin aan z'n trekhaak door de tropen.
‘In het rode mapje stond dat je hier met de auto kunt komen,’ probeert Bob z’n vriend gerust te stellen.
Artillio grijnst: ‘Stelletje toeristen.’

Als ze tussen het dichtbegroeide bladerdek Bossa de Brasil zien liggen, verbetert de stemming. Bossa is een prachtig klein dorpje aan de Amazone.
‘Dit is het echte Brazilië!’ kirt Finny opgewonden.
Ze maken kennis met de hartelijke Bossanezen, en krijgen een lokaal groentesapje aangeboden dat smaakt naar aardappels en klei.
‘Hhhhmm, lekker,’ mompelt Bob met een gezicht dat iets anders verraadt.

👉Junglefacts: de Amazone

De Amazone behoort met de Nijl tot de langste rivieren van de wereld. De Amazone begint in Peru, en mondt na ongeveer 6500 kilometer in Brazilië uit in de Atlantische Oceaan. In de regentijd is ze op sommige plaatsen wel veertig kilometer breed.👈

Cocolostam
Een stukje stroomopwaarts ligt Cocolo, een piepklein nederzettinkje dat je alleen met de motorkano kunt bereiken. Er is vanavond een ritueel dansfeest, exclusief voor stamleden. Bij heel hoge uitzondering tolereren ze een gast. Bob laat zo’n unieke kans natuurlijk niet voorbijgaan.

Het modderige Amazonewater spuit op achter de krachtige buitenboordmotor. Artillio wijst naar een school vissen met een stompe neus en scherpe tanden: 
‘Piranha is dangerous, not with hand in water, please.’
Bob heeft met dolfijnen gezwommen en denkt dat het wel los zal lopen.

De gast moet eerst op het rechterbeen om het kampvuur hinkelen, dat is traditie. Na het zingen van het stamlied ‘Awiembawee, awiembawoo in de maait ie sjungel’, krijgt Bob een flinke kwats pruimtabak in z’n gezicht gespuugd. Dat is kennelijk ook traditie.

De avond is magisch. Om privacy-redenen kan ik daarover helaas niets vertellen maar ik verzeker u, dat het ‘quite an experience' was. Het valt Bob wel op dat hij als enige in traditionele Cocolo-outfit loopt: met de billen bloot en met gekleurde strepen op z’n gezicht.

Ben je benieuwd naar meer avonturen van Finny en Bob? Download dan gratis de boekjes, die ik samen met Raymond Kool van Tiny Publisher/Klein Wonen Magazine heb gemaakt:
 







maandag 21 februari 2022

Een klein kunstje

Architecten en kunstenaars maken graag zinnenprikkelende nieuwe ruimtes en sprankelende kunstwerken. In de wereld van kleine gebouwtjes heb ik een paar pareltjes gevonden. Zelf bedacht, zelf ontwikkeld en vaak zelf gebouwd. 

Lisa en Rich hebben een verbluffend mooi huisje geboetseerd, dat uitkijkt over de oevers van een klein stroompje in Somerset, Engeland. De COB bouwers hebben rondhout van de Lariks en Kastanjebomen uit de plaatselijke bossen verzameld om het frame te bouwen en gebruiken klei uit het beekje. COB is een natuurlijk bouwmateriaal van grond (klei, zand), water, stro en soms een deel kalk.

De noordelijke en oostelijke gevels van het huisje zijn gebouwd met strobalen, die zijn afgewerkt met COB. De zuidelijke en westelijke gevels zijn sierlijk bewerkt met geboetseerde  COB elementen. Rich is een ambachtelijke houtbewerker en heeft zelf ook nog eens de prachtige ramen en de artistieke deur gemaakt.

Neile Cooper had eigenlijk een leeskamer en studio nodig en ze wilde haar glas in lood kunst laten zien in een groter object. Maar ze gebruikt haar glazen huisje inmiddels ook om er in te slapen als het weer het toelaat. Zelfs in de winter, en dat zonder verwarming en zonder badkamer. “Glass Cabin is bijna volledig gemaakt van gerecycled materiaal”, zegt de kunstenares. “De dakspanten komen van omgevallen bomen, hout heb ik verzameld na een storm bij de beschadigde veranda van de buren. En ik heb goed gezocht naar oude kozijnen en er heel veel gevonden.”






Lees het hele verhaal over kunstige kleine gebouwtjes in Klein Wonen Magazine (pagina 38 tot en met 40)




Big Shoe


Le Tronc Creux


Exbury Egg

maandag 24 januari 2022

Tiny Houses in the USA

Andrew Odom en zijn vrouw Crystel woonden van 2011 tot begin 2014 in hun zelfgebouwde Tiny House op wielen. Ze verkochten het aan een ander stel, kochten een meer traditionele camper en woonden met hun dochter nog twee jaar mobiel. Daarna zijn ze teruggegaan naar het oosten van Noord-Carolina, waar ze vandaan komen, en kochten een klein boerderijtje. 'Ons huis is 90 vierkante meter groot en we hebben er een paar hectare grond bij. Het is geweldig.'
M’n eerste contact met Andrew, die al Tiny House pionier is sinds 2009, was in 2013. Hij kan als geen ander met passie vertellen over de ontwikkelingen in de Tiny House beweging in Amerika. 
'De moderne Tiny House-beweging begon in zijn huidige vorm rond 2007 met Jay Shafer en zijn creatie van het Fencl-Tiny House op wielen. Shafer wilde laten zien wat we nodig hebben in het leven in plaats van wat we willen. Het huis was slechts 13 vierkante meter groot en bevatte weinig meer dan een kleine slaapzolder, een kleine kitchenette, een douchecabine en wat ruimte voor wat boeken en een zitje.'

Na Jay’s verschijning bij Oprah begon de Tiny House-beweging te groeien, maar er kwam pas echt culturele acceptatie rond 2014, toen de doe-het-zelf-show Tiny House Nation begon met haar uitzendingen. 'Tiny Houses werden gezien als een manier om een meer betaalbaar en zinvoller leven te leiden. Professionele bouwers begonnen zich voor de beweging te interesseren en wat ooit werd gezien als een doe-het-zelfbeweging werd al snel een beproefd nieuw huisscenario.'


Wil je het hele artikel lezen?
Ga dan verder op TinyFindy




donderdag 9 december 2021

Bio Based Bouwen is booming business

illustratie, Marcel van Mierlo

Voor TinyFindy verdiep ik me regelmatig in nieuwe bio based materialen. Kees van Wuyckhuyse is een van de voortrekkers. Hij vertelt enthousiast over de groei van de sector: 

"Biobased bouwen is een verzamelnaam voor bouwtechnieken, waarbij gebruik wordt gemaakt van materialen die in de natuur worden gevonden en in de natuur terug kunnen groeien. Tiny House pioniers willen graag een duurzaam huisje. Natuurlijke materialen staan dus hoog op hun verlanglijst." 





Vlas isolatie, foto credits Isovlas
De architect, interieurarchitect en innovator richt zich met zijn bureau op bio-ecologische projecten en producten: “Er is in 2012 een definitie opgesteld door de Europese Unie: De Biobased Economy (BBE) is een economie die gewassen en reststromen uit de landbouw en voedingsmiddelenindustrie inzet voor niet-voedseltoepassingen. Een economie die biomassa toepast voor de productie van materialen, chemicaliën, transportbrandstoffen en energie (elektriciteit en warmte). 


Wil je het hele artikel lezen? 
Ga dan verder op TinyFindy



maandag 29 november 2021

Een sterk staaltje

Stalen zeecontainers worden steeds populairder als bewoonbaar product. Al in 1955 ontwikkelt de Amerikaan Malcolm Mclean deze stalen opslagruimte. Hij wil de ruimte als standaard verschepingsmaat voor de logistieke sector inzetten. En wat blijkt meer dan 60 jaar later? We gaan gewoon wonen in z'n containers. Niet uit armoe, maar uit gemak en luxe.






Modern Dwellings combineert modern design met slimme technologie. Het hout voor de vloeren, deuren en tafelbladen is afkomstig van geborgen hout uit de Columbia-rivier. De basis is een standaard zeecontainer. 15 m2 is kennelijk genoeg om een modern klein huisje te maken met een tweepersoonsbed, een keuken, een badkamer en een eettafel. Het huisje is aan de buitenkant afgewerkt met donkere metalen delen, die het huis haar bijzondere uitstraling geven. 
Erick vertelt: ”True STUDIO is echt een veelzijdige ruimte, die kan worden gebruikt om te slapen, maaltijden te bereiden met een volledige keuken of te ontspannen en films te streamen op iemands tablet. Maar je kan er ook een thuiskantoortje van maken met de meegeleverde tafel.






Lees het hele verhaal in